Ambtenaar 2.0

samen werken aan overheid 2.0

Over samenwerking, cocreatie en zwermen

Internet maakt nieuwe vormen van samenwerking mogelijk, maar we zijn nog aan het ontdekken wat de nieuwe werkwijze wordt en welke spelregels daarbij horen. In deze blog wil ik een denkraam neerzetten voor de werking van online samenwerking, cocreatie en zwermen. Aan de hand daarvan en enkele voorbeelden probeer ik inzicht te geven in het functioneren van netwerken en de betekenis daarvan voor het werk van de overheid.

 

Samenwerking = kennisuitwisseling + taakverdeling

In je eentje kun je heel wat bereiken, maar als je samenwerkt met anderen kun je nog veel meer tot stand brengen. Samenwerking is niet alleen de optelsom van de deelnemende personen (1+1=2), maar door verschillende ideeën en omgevingen bij elkaar te brengen ontstaan nieuwe inzichten en kan een nog breder draagvlak bereikt worden (1+1=3). Samenwerking is van alle tijden.

Samenwerking kan verschillende vormen aannemen. We kunnen rond een tafel gaan zitten om kennis bij elkaar te brengen, maar met de komst van nieuwe communicatiemiddelen (schrift, telefoon) kan dat ook steeds beter op afstand. Door taken verder te verdelen kunnen we steeds grotere werken verrichten en ontstaan complexe organisaties, waarin de manier van samenwerken grotendeels is vastgelegd.

 

Cocreatie = samenwerking - grenzen

Internet heeft het mogelijk gemaakt om nog sneller kennis uit te wisselen en taakverdelingen verder te verfijnen. Bijdragen aan Wikipedia of reacties op een discussieforum zijn allemaal kleine bijdragen aan een artikel of oplossing. Bedrijven zetten crowdsourcing in om ideeën of specifieke kennis te vinden en met de site Mechanical Turk (500.000 "medewerkers") of de app Roamler kunnen microtaken worden verdeeld.

Ook hier gaat het om samenwerking, maar met een nieuw element: de samenwerking is niet beperkt tot bekende partijen in een hiërarchische of opdrachtgeversrelatie, maar via (online) netwerken worden nieuwe verbindingen gelegd en veel meer mensen bereikt. Bijdragen kunnen ook van buiten je eigen netwerken komen, want via internet is iedereen te bereiken.

Dat verandert de aard van de samenwerking. Organisaties en de relaties tussen organisaties zijn bij cocreatie niet meer het vertrekpunt van samenwerking. Het onderwerp of de opdracht zorgt voor de verbinding tussen de deelnemers. Tussen hen bestaat echter wel een soort afspraak, een meer of minder expliciet contract. Cocreatie heeft immers een doel, namelijk om het onderwerp vooruit te helpen.

We kunnen cocreatie dus zien als een vorm van samenwerking waarbij mensen vanuit verschillende achtergronden bij elkaar komen rond een vraag of thema met als doel om iets te bewerkstelligen op dat gebied. De initiatiefnemer bepaalt het doel van de samenwerking en de deelnemers committeren zich aan dat doel. Of niet, waarna ze afhaken. De initiatiefnemer en de doelstelling zorgen voor sturing.

 

Voorbeeld: petities.nl als platform voor cocreatie

Dagelijks worden er enorm veel nieuwe initiatieven genomen, projecten gestart, ideeën gelanceerd, voorstellen gedaan, etc. Sommige daarvan worden opgepikt en verspreid en andere niet. Sommige groeien en worden een succes en andere niet. Kijk maar eens naar de lijst van petities op petities.nl. Elke ondertekening is een (heel kleine) vorm van cocreatie, waarmee iemand bijdraagt aan een initiatief van iemand anders.

Deze vorm van cocreatie is heel laagdrempelig (vandaar de term slacktivisme), maar heeft daarnaast nog een aantal kenmerken:

  1. Er is een (online) platform waar de samenwerking kan plaatsvinden en waar sturing wordt gegeven aan de vorm die de samenwerking krijgt;
  2. Iedereen kan het initiatief nemen om een petitie te starten rond een thema dat hem aan het hart gaat en vervolgens proberen anderen te betrekken;
  3. De ondertekenaars van de petitie hebben geen relatie tot elkaar behalve het feit dat ze hetzelfde pleidooi ondersteunen.

Het platform biedt dus een mogelijkheid voor mensen om bij elkaar te komen rond een gezamenlijk thema, maar niet om vervolgens contact met elkaar te leggen en zich te organiseren. De inrichting van het platform zorgt ervoor dat de bijdragen van de deelnemers gefocust worden ter ondersteuning van de petitie. Het platform geeft dus sturing aan de vorm die de samenwerking krijgt.

Het voordeel van deze sturing is dat de inbreng van gebruikers wordt gericht (en daardoor het effect gemaximaliseerd) en dat het voor gebruikers helder is wat ze moeten doen. Tegelijkertijd voorkomt de inrichting dat er verbindingen ontstaan tussen de gebruikers, waardoor het niet mogelijk is om meer te verzamelen dan een aantal stemmen en er dus geen nieuwe inzichten tot stand komen.

 

 

 

Zwermen  = cocreatie - sturing

De eigenaar van het platform waar de cocreatie plaatsvindt bepaalt dus in grote mate de ruimte die deelnemers hebben om zelf te bepalen in welke richting ze willen bewegen. Meer sturing betekent minder ruimte. Meer ruimte betekent meer autonomie voor gebruikers. Wanneer gebruikers de ruimte krijgen om nieuwe mogelijkheden met het platform te gaan ontdekken, ontstaan creativiteit en nieuwe toepassingen.

Elk platform moet daarom de balans zoeken tussen empowerment via sturing (wat bieden we standaard aan zodat gebruikers beschikken over de juiste middelen om iets te bereiken?) en empowerment via ruimte (wat laten we open zodat gebruikers nieuwe manieren kunnen vinden om iets te bereiken?). Dat geldt overigens ook voor fysieke bijeenkomsten: vergelijk een zitfeestje of diner met een staande borrel of lopend buffet.

Als er genoeg ruimte is en de regels van het spel zijn ruim genoeg gedefinieerd gaan mensen als vanzelf proberen om nieuwe wegen te ontdekken. Sommige zullen daarin slagen en anderen niet. Succesvolle initiatieven krijgen navolging, de onsuccesvolle niet. Er is ruimte om te mislukken en er is ruimte om goede voorbeelden na te volgen en te ondersteunen. Op die manier sturen de populairste voorstellen de beweging van de gemeenschap.

Een goed platform biedt dus voldoende ruimte om nieuwe ideeën in te brengen èn de mogelijkheid om dat idee te laten groeien. Sturing ontstaat vanuit de gemeenschap doordat de "beste" ideeën boven komen drijven en steeds meer mensen die ideeën gaan volgen. Daarbij is geen sprake meer van centrale sturing, maar bepaalt de gemeenschap autonoom de richting. Op dat moment kunnen we spreken van een zwerm.

 

 

 

Zwermen en individuen

De laagdrempelige samenwerking die internet mogelijk maakt biedt ruimte voor een snelle uitwisseling van ideeën en de mogelijkheid voor andere geïnteresseerden om daar aan bij te dragen (cocreatie). Op die manier groeien succesvolle initiatieven uit en bepalen daarmee de activiteiten en de richting van de gemeenschap (zwermintelligentie). Individuele handelingen dragen zo bij aan de gezamenlijke richting.

Wikipedia (28-06-2012) hanteert de volgende definitie van zwermen: "Zwermintelligentie is een vorm van kunstmatige intelligentie die gebaseerd is op collectief gedrag van gedecentraliseerde, zelforganiserende systemen". En meer in detail:

"Zwermintelligentiesystemen bestaan typisch uit een populatie van eenvoudige agenten die interageren met elkaar en hun omgeving. Hoewel er geen centrale controlerende structuur is die de agenten controleert zorgen de gezamenlijke interacties voor een globaal intelligent gedrag. Voorbeelden in de natuur zijn mierenkolonies, vogelzwermen en scholen van vissen."

Daar komt dus de uitdrukking "school maken" vandaan: navolging krijgen. Maar dat is nog niet zo gemakkelijk. Iedereen kan initiatief nemen, maar niet iedereen krijgt ook volgers. Iedereen heeft ideeën, maar niet iedereen maakt school. Succesvolle initiatiefnemers weten hoe ze om moeten gaan met het platform en de gemeenschap. Er is weliswaar geen centrale sturing, maar er kunnen wel degelijk nieuwe (tijdelijke) leiders opstaan.

Cruciaal voor het systeem van zwermintelligentie is dat iedereen de mogelijkheid heeft om zijn idee naar buiten te brengen en op zoek te gaan naar volgers. Individualiteit is een randvoorwaarde voor zwermgedrag. Dat geldt ook voor de volgers. Minstens zo belangrijk als de initiatiefnemer is de eerste volger. Door zijn steun wordt het initiatief, idee, bericht, etc. salonfähig en geaccepteerd. Daarmee begint de groei.

 

 

 

We maken elk de individuele keuze om bij te dragen aan een initiatief of groep, zodat die kan groeien en effect kan hebben op een grotere schaal. Zo leveren we de hele dag bijdragen en maken we keuzes waar we aan bij willen dragen, waar we onze tijd, onze kennis of onze goede naam aan willen verbinden. Anders gezegd: bij welke zwerm of beweging we willen horen. Die bijdrage of handeling is de schakel tussen ons als individu en de grotere eenheid.

Afhankelijk van het onderwerp is die handeling of bijdrage groter of kleiner:

  • steun betuigen: op petities.nl, via de like-knop van Facebook, in een stemlokaal of doordat we bijvoorbeeld iemands uitspraak onderschrijven in een gesprek;
  • voortbouwen op: opensourcegemeenschappen, mensen die kennis toevoegen aan Wikipedia, maar ook reaguurders op Geenstijl die naar aanleiding van een blog meer informatie achterhalen en toevoegen;
  • overnemen: afhankelijk van het platform kunnen anderen het initiatief overnemen of een nieuwe kant uitsturen, zoals een fork in softwareontwikkeling.

Bij de steunbetuiging en het voortbouwen blijft het eigenaarschap van het initiatief bij de initiatiefnemer, maar het is ook mogelijk dat de deelnemers de ontwikkeling een andere richting op willen sturen. Ze nemen het initiatief daarmee letterlijk en figuurlijk over. Die ruimte bestaat immers in een zwerm. In wezen ontstaat daarmee een nieuw initiatief. De zwerm blijft zo dynamisch en het leiderschap verschuift binnen de gemeenschap.

 

De zwerm als organisatievorm

Verschillende eigenschappen van de zwerm zijn ondertussen aan bod geweest. Iedereen heeft de ruimte om initiatief te nemen en anderen kunnen zich daar bij aansluiten (of niet). Populaire initiatieven komen zo bovendrijven en er ontstaat als het ware automatisch richting. Natuurlijke leiders staan op en keuzes komen organisch tot stand, gedragen door een meerderheid van de deelnemers.

Dat klinkt positief. Velen zien de zwerm dan ook als organisatievorm van de toekomst, met sociaal kapitaal als basis voor de cashflow. Martijn Aslander en Erwin Witteveen stellen in hun boek Easycratie dat de collectieve kennis van medewerkers bepalend moet zijn voor de besluitvorming binnen organisaties:

"De machthebber heeft de wijsheid niet in pacht, zo denkt de easycraat. Maar de uitvoerende medewerker heeft dat evenmin. De beste beslissingen zijn doorgaans gebaseerd op alle in de organisatie beschikbare kennis. De beste organisatie is de organisatie die het meest gebruik maakt van alle aanwezige kennis."

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Veel organisaties worstelen momenteel nog met de vraag hoe ze informatie van buiten naar binnen kunnen halen en nieuwe kennisbronnen kunnen aanboren. Denk aan webmonitoring en aan crowdsourcing of internetconsultaties om kennis van buiten de organisatie te betrekken in het eigen proces. Dat is een belangrijke ontwikkeling, maar het is geen cocreatie.

Bij cocreatie gaat het niet om het consulteren van de partners, maar om het gezamenlijk optrekken in de richting van een gedeelde doelstelling. Initiatiefnemer en deelnemers zijn allen aandeelhouders in en verantwoordelijk voor het eindresultaat. Het vraagt van de organisatie om de controle deels uit handen te geven en 'los te laten', uiteraard met als doel meer partners te betrekken en uiteindelijk dus verder te komen.

Deze manier van werken wordt steeds actueler voor overheidsorganisaties. Op meer en meer terreinen is de overheid niet meer als enige aan zet, maar wordt in cocreatie aan oplossingen gewerkt. Rondom thema's (bijvoorbeeld maatschappelijke problemen) komen de betrokken personen en organisaties bij elkaar en zoeken samen een oplossing, met of zonder de overheid. Denk bijvoorbeeld aan het initiatief Wonen 4.0.

Ook op individueel niveau zal werken steeds meer samenwerken worden, creatie steeds vaker cocreatie. Verbindingen ontstaan steeds sneller en initiatieven komen van alle kanten. Door het gebruik van internetplatformen en het ver-2.0'en van de werkomgeving wordt ons werk steeds "socialer". We schaken op steeds meer borden en in een steeds hoger tempo.

René Jansen (UvA, Winkwaves) stelt dat onze samenleving nu al zo complex is dat we er beter naar kunnen kijken als organisme dan als organisatie. De maatschappij is een zwerm en als overheid moeten we leren mee te vliegen: bijdragen aan andermans initiatieven en medestanders verzamelen voor onze eigen plannen. Een netwerksamenleving vereist van de overheid om een netwerkorganisatie te worden, in ieder geval ten dele.

 

 

 

Voorbeeld: Autonomous als zwermorganisatie

In het tijdschrift Sociologie (2011) schreef Justus Uitermark het artikel Revolutie ‘for the lulz’. De opkomst en transformatie van de online.... Daarvoor deed hij enkele jaren onderzoek op de online platforms waar de "leden" van het hackercollectief Anonymous zich ophouden. Zijn vraag: "Hoe komt collectieve actie tot stand zonder formeel leiderschap, lidmaatschap of regels?"

Nu zijn er altijd al sociale bewegingen geweest van mensen die zich achter hetzelfde vaandel scharen om een gezamenlijk doel te bereiken, maar afhankelijk van de omstandigheden en de omgeving veranderen deze bewegingen wel. Door internet en globalisering in het algemeen gaan sociale bewegingen een nieuwe fase in. Daarvoor citeert Uitermark Manuel Castells (2007):

“The emergence of mass self-communication offers an extraordinary medium for social movements and rebellious individuals to build their autonomy and confront the institutions of society in their own terms and around their own projects.”

Het vernieuwende van Anonymous ten opzicht van andere maatschappelijke bewegingen is het feit dat "het geheel bestaat uit open en collaboratieve netwerken (...) en dat er geen groepsbelang of ideologische positie is die alle anons met elkaar verbindt." Kortom, Anonymous heeft geen leiding en geen gezamenlijk doel. Iedereen kan een voorstel doen voor een actie en anderen kunnen vervolgens besluiten of ze meehelpen:

"De levensduur en het bereik van een actie is afhankelijk van een paar anons die coördineren en organiseren, maar ook van een groot en diffuus netwerk van gebruikers die met triviale handelingen kunnen meewerken of tegenwerken. (...) We kunnen spreken van kudopolitiek, waarbij talloze triviale acties van schakelende gebruikers bepalen of en hoe een aankondiging of boodschap zich verspreidt."

Anonymous is dan ook een rhizomatische beweging, met als kenmerk "dat (1) kwaliteit niet ontstaat door ontwerp maar door selectie en (2) dat dynamiek niet het resultaat is van één beslissing maar van talloze schakelaars." Er zijn dus veel initiatieven maar slechts enkelen krijgen voldoende steun. "Zo bezien is de overtollige communicatie geen teken van een gebrek aan kwaliteit en slagkracht maar juist een voorwaarde ervoor."

Enkele andere leerpunten over Anonymous en zwermen uit het onderzoek van Uitermark:

  • "Dit proces is niet machtsvrij – sommige netizens hebben meer bereik en dus invloed – maar volgt geen door een centrale ordenaar opgelegde logica."
  • "Door de radicale openheid en decentraliteit van Anonymous kunnen fouten niet worden voorkomen maar worden ze wel gefilterd."
  • "De anonimiteit van gebruikers versterkt de decentrale structuur – zonder namen, geen leiders; zonder leiders, geen hiërarchie."

 

Hoewel Anonymous begon "for the lulz" (voor de lol) en zich in het begin vooral bezig hield met online pesterijen, is in de loop der tijd meer consensus ontstaan over de doelen van het netwerk. Anonymous presenteert zich steeds meer als "democratiserende kracht die autocratische machtsstructuren bekritiseert" en werpt zich op ter ondersteuning van Wikileaks en de opstandelingen van de Arabische lente.

Anonymous staat tegenwoordig voor privacy en vrije informatieuitwisseling. Uitermark heeft het over een bepaalde mate van institutionalisering. Echter, "institutionalisering betekent niet dat naleving afgedwongen kan worden, maar dat groeiende aantallen anons steeds meer als vanzelfsprekend voor dezelfde waarden opkomen." Julian Assange spreekt over een voorhoede van de informatieklasse in de digitale revolutie.

Maar hebben de online acties ook offline gevolgen? Anonymous is in staat om aandacht te trekken en zelfs om de censuur van Arabische regimes te verstoren, maar het verstoot geen dictators. De reden daarvoor is volgens Malcolm Gladwell (2010) dat het internet zwakke verbanden (weak ties) cultiveert terwijl revolutionaire verandering sterke verbanden (strong ties) vereist. Alleen online is niet genoeg.

Uitermark concludeert dan ook: "Al met al is Anonymous van zichzelf misschien geen revolutionaire kracht maar kan het wel een schakel zijn in een bredere beweging." Daarmee is Anonymous zelf weer een klein onderdeel van een grotere zwerm. Het netwerk levert een bijdrage aan het ontstaan van een netwerkwereld waarin ieder individu, waar dan ook kan, bij kan dragen aan iets groots. Klein is het nieuwe groot.

 

 

 

 

Weergaven: 966

Opmerking

Je moet lid zijn van Ambtenaar 2.0 om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van Ambtenaar 2.0

Reactie van Marcel Krassenburg op 6 Juli 2012 op 17.33

Wat een mooie blog, met goede illustraties en video's. En een interessante stelling, mooi voor het weekend.

© 2017   Gemaakt door Dirk Jan van der Wal.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden