Ambtenaar 2.0

samen werken aan overheid 2.0

De kracht van de democratie is te organiseren

Op de Binnenlandpagina van het AD van 13 juni 2009 las ik drie interessante artikelen over politici die met die krant de wijk in gingen om de aansluiting met de achterban te zoeken. Het leverde drie koppen op ‘Logisch dat ze’….die andere politieke beweging …’kiezen’, ‘Kamerlid sprak me tegen’ en ‘Plasterk zelf is elitair’. Steeds ging het om één en dezelfde politieke partij waarover recentelijk minister Plasterk zich kritisch uitsprak; als zou de partij elitair zijn. Een gebrek aan informatie heeft enorme gevolgen voor de uitleg van deze artikelen. De kritiek van Plasterk op deze politieke partij is dat die gemiddeld genomen te hoog is opgeleid. Daardoor – zo redeneert Plasterk - raakt de partij verder van zijn kiezers af. De artikelen in het AD maken duidelijk dat er in deze partij juist een gebrék aan opleiding is.

Logisch dat ze …’die andere beweging’… kiezen
Een politieke partij heeft een partijprogramma. Een partij is niet één op één te vergelijken met een beweging. Dat gebeurt wel in dit artikel. Een beweging heeft geen leden en kent ook geen partijprogramma. De beweging heeft wel een visie.
In dit artikel zegt iemand die lid is van een regeringspartij dat het geld niet meer op de plek komt waar dat het hardst nodig is. Zij zegt: ‘In arme wijken zijn mensen afhankelijk van de publieke voorzieningen. En dus moet ik mensen gelijk geven dat ze op’… die andere politieke beweging …’stemmen’. Ik heb de visie van de beweging nageplozen en zie nergens in die visie staan dat het geld op de plek moet komen waar de politieke partij van deze wethouder in Rotterdam het het hardst nodig vindt. Wel lees ik in die visie iets over belastingverlaging – wie vindt dat niet prettig? En ik lees iets over ‘directe democratie – meer invloed van de burgers’ – wie wil niet meer invloed op het bestuur van Nederland met zoveel ontevreden burgers? Dit lid van deze regeringspartij heeft zelf bestuurlijke verantwoordelijkheid in haar Rotterdam. Zij doet uitspraken waaruit blijkt dat zij niet beseft dat zijzelf als wethouder bestuurlijke verantwoordelijkheid heeft in haar stad. Tot op zekere hoogte binnen de locale kaders kan zij ervoor zorgen dat zij voldoende kan uitgeven binnen haar portefeuille. Bovendien is haar partij een rege­ringspartij. Daarmee is haar partij er medeverantwoordelijk voor dat het geld op de juiste plaats terecht komt. Toch doet zij deze uitspraken.

Kamerlid sprak me tegen
Dit is een uitspraak van een uitbaatster van een sigarenwinkel in een Rotterdamse wijk. De uitbaatster is al veertien keer overvallen. Het Kamerlid had haar verteld dat de wijk waarin ze werkt juist veiliger wordt. Dat druist in tegen de directe ervaring van de onderneemster. Het Kamerlid had er wellicht beter aan gedaan in te gaan op de informatie van de onderneemster: wat is er aan gedaan om haar winkel beter te beveiligen? Hoe is het dan dat die betere beveiliging niet werkt? Is er subsidie te krijgen voor het plaatsen van camera’s en een snelle verbinding met de dichtstbijzijnde politiepost? Is er op basis van de informatie die haar gegeven is, iets uit te zoeken om over terug te komen bij deze vrouw? Kennelijk is het contact tussen de politica en deze burger niet op die manier gelopen. De vraag is hier wanneer burgers politici als nabij ervaren. Ik ben ervan overtuigd dat ze die nabijheid niet ervaren wanneer politici de wijk ingaan om zich solidair te verklaren met de burger. Wel wanneer ze met de informatie van de burger nader onderzoek gaan doen, en zorgen voor een persoonlijke terugkoppeling van het resultaat.

Plasterk is zélf elitair
In het derde artikel gaat het om een lid dat al 37 jaar actief is in zijn partij. Hij is van mening dat minister Plasterk zélf niet betrokken is bij de burgers. Nu is Plasterk een minister. Hij heeft als minister een bestuurlijke taak. Die taak heeft hij gekregen bij de kabinetsformatie. Vanuit zijn functie als minister vertegenwoordigt hij met uitspraken in het openbaar altijd het kabinet, of zichzelf als persoon wanneer hij zich dat kan permitteren – dan moet het niet gaan om politiek. Hij is geen minister om dicht bij het volk te staan. Zijn functie is een andere. Zijn partij heeft bij de formatieonderhandelingen iets moeten inleveren van het partijpro­gramma om tot een bestuurlijk compromis te komen met twee andere politieke partijen. Het is dan aan zijn eigen partij in de Tweede Kamer om tijdens de re­geringsperiode ervoor te waken dat het kabinet zich houdt aan de marges waarin is af te wijken van het program­ma van zijn partij. Zijn partij in de Tweede Kamer houdt de minister scherp, vanuit het eigen partijpolitieke pro­gramma. Het is dan onzinnig om te zeggen dat minister Plasterk zelf elitair is, in een discussie die gaat over volksvertegenwoordigers.

Conclusie
Politieke partijen moeten aandacht besteden aan staatsinrichting en de gevolgen van die inrichting voor de vrijheid van meningsuiting van de verschillende spelers op het politieke toneel, van hoog tot laag in de partijen. Democratie is bovendien gediend bij een brede laag actieve, dus goed geïnformeerde en zelf denkende burgers. Democratie is ook gediend bij discussies die over de werkelijke problemen gaan. Dat zijn de problemen die zich onder meer voordoen in de dagelijkse praktijk van het samen leven. Die mogen benoemd worden. Niet om stemmen te trekken. Maar als opmaat voor het vinden van oplossingen. Dat vergt een politiek waarin het machtsdenken niet centraal staat, maar waarin het gestructureerd mobiliseren van krachten in de samenleving centraal staat. Het gaat dus om de kracht van de democratie, niet om de macht ervan. Die kracht moet georganiseerd worden; allereerst met goed onderwijs over die zaken die betrekking hebben op de structuur waarbinnen politiek bedreven wordt.

Weergaven: 76

Opmerking

Je moet lid zijn van Ambtenaar 2.0 om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van Ambtenaar 2.0

© 2017   Gemaakt door Dirk Jan van der Wal.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden