Ambtenaar 2.0

samen werken aan overheid 2.0

Hieronder vinden jullie een concept-tekst van de NSOB en de UU over open data. We willen hier - op termijn - een mooi boekje van maken. Commentaar op dit concept en aanvullende input is zeer welkom!

  

 

CONCEPT

 Open data, open gevolgen

 

Mark van Twist, Albert Meijer, Martijn van der Steen, Jorren Scherpenisse & Josta de Hoog

NSOB/UU

 

1. Nederland van boven

 

Naar de eerste aflevering van ‘Nederland van boven’ kijken 1.1 miljoen mensen. Nederland wordt getoond in vogelvlucht. De beelden zijn gemaakt vanuit luchtballonnen, vliegtuigjes en helikopters. Nederland wordt getoond aan de hand van data die voor een groot deel normaal niet toegankelijk is. Met lichtjes op de kaart die staan voor activiteit van mobiele telefoons, wordt getoond hoe laat wij wakker worden. Aan de hand van het watergebruik hoe laat wij douchen, koffie zetten en de wc doorspoelen. Getoond wordt hoe de boeren zich hebben verspreid door het land. De varkensboeren op de zandrijke grond in Limburg en Noord-Brabant. De melkveehouders in het kleirijke noorden. Per stad kunnen op de begeleidende website de openingstijden van de winkels opgezocht worden, evenals het aantal winkels per vierkante kilometer en de diversiteit van de winkels.

Voor deze data wordt geput uit publiekelijk toegankelijke overheidsdata, zoals het CBS, uit websites die door een privaat initiatief zijn gestart, zoals openingstijden.nl en uit bronnen die normaal gesproken niet publiekelijk toegankelijk zijn, maar waar de programmamakers toegang toe hebben gekregen. Zoals de data van Alterra, een onderdeel van de Universiteit van Wageningen, een organisatie die veel data heeft over de ruimtelijke inrichting van Nederland. Rond het programma wordt tevens een applicatie wedstrijd georganiseerd. Aan programmeurs, geospecialisten en designers wordt gevraagd om een app te bouwen die Nederland op een originele manier laat zien. De winnaar is ‘waarkanhet’. Een applicatie die op basis van CBS data over wijken en buurten, data over natuurgebieden en geografische informatie agrarische bedrijven (GIAB) laat zien waar het beste een megastal gebouwd kan worden.

Het uitzenden van het programma ‘Nederland van boven’ wordt door de open data beweging in Nederland aangegrepen om te pleiten voor het beschikbaar stellen van meer data door de overheid.[1] Deze en andere oproepen gaan niet geheel aan de publieke sector voorbij. Open data heeft de tijd mee, er gebeurt veel op dit terrein. In januari 2011 wordt de eerste voorlopige versie van data.overheid.nl gelanceerd. Op deze website wordt inzichtelijk gemaakt welke databronnen van de overheid ‘open’ beschikbaar zijn. Daaraan gekoppeld wordt een nationale wedstrijd (Apps voor Nederland) georganiseerd voor de beste applicaties op basis van deze databronnen. Veel gemeenten en provincies ontwikkelen vergelijkbare initiatieven. Zo stelt Amsterdam data beschikbaar en houdt het de wedstrijd Apps for Amsterdam. Ook Enschede, Eindhoven, Zuid-Holland, Noord-Holland en Rotterdam stellen data beschikbaar en organiseren wedstrijden. Deze initiatieven laten zich inspireren door de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, waar datasets al langer centraal beschikbaar zijn (op data.gov en data.gov.uk) en in Washington in 2009 voor het eerst de wedstrijd ‘Apps for Democracy’ georganiseerd wordt. Een initiatief dat ook op veel andere plekken in de wereld navolging krijgt. Het patroon is steeds dat de overheid data beschikbaar maakt en ontwikkelaars in wedstrijdvorm uitdaagt om er gebruik van te maken. Op Europees niveau is Neelie Kroes een publiekelijk voorvechter van meer open data. Zij doet de prijsuitreiking voor de Open Data Challenge, een met Apps for Democracy vergelijkbare wedstrijd op Europees niveau. En eind 2011 kondigt zij op haar weblog aan dat zij wetgeving gaat indienen om in Europa meer open data beschikbaar te maken.[2] Zij wil producten en diensten stimuleren door nationale overheden - maar ook andere publieke organisaties als bibliotheken - hun data tegen lage kosten beschikbaar te laten stellen, op een manier die het mogelijk maakt om de data geautomatiseerd te lezen en te verwerken (machine readable).

De overheid bezit veel databases, op veel verschillende domeinen en er is een duidelijke roep om deze open te stellen. Open data worden wel de ‘kroonjuwelen van de staat’ genoemd,[3] de ‘goudmijn van de eenentwintigste eeuw’.[4] Moet de overheid aan de roep om het openstellen van databases gehoor geven? Stimuleert zij hiermee innovatie, verhoogt zij hiermee het vertrouwen in de overheid, of is het een onnodige kostenpost of versterkt het juist het wantrouwen in de overheid?

 Discussies over open data getuigen al snel van een enorm optimisme of een even groot pessimisme over open data. Wij willen ons in dit essay niet tot een van deze twee kampen bekeren, maar nemen de ontwikkeling naar open data als gegeven. Deze ontwikkeling is aan de gang. Er wordt data open gesteld door de overheid (open overheidsdata), maar ook door anderen dan de overheid wordt data verzameld en beschikbaar gesteld. Wij stellen ons dan de volgende vraag:

Hoe verandert open data de interacties tussen burger en bestuur?

Dit essay heeft als doel om de verschuivingen op dit gebied in kaart te brengen. Hierbij richten wij ons niet alleen op de directe effecten van open data op de korte termijn, maar juist ook op de tweede-, derde- en vierde orde effecten die kunnen optreden op de langere termijn. Zo willen wij bijdragen aan beleidsontwikkeling op het gebied van open data en organisaties in staat stellen beter beredeneerde keuzen te maken op dit terrein. Om deze vraag te beantwoorden hebben wij een verkennend onderzoek verricht op basis van een analyse van de literatuur en het bestuderen van uiteenlopende (Nederlandse en internationale) initiatieven op Internet. We hebben gekeken welke lessen wetenschappers en bestuurders kunnen trekken uit deze initiatieven om beleid te ontwikkelen op het gebied van open data.

 

2. Open data

‘Open data’ past in het rijtje van ‘open’ woorden die zich de laatste jaren in veel aandacht mogen verheugen. Zoals ‘open source’ of ‘open bron’, waarbij de broncode van een computerprogramma openbaar is en iedereen daar aanpassingen aan kan doen en aan mee kan werken. Het bekendste voorbeeld hiervan is Linux, het open source besturingssysteem, waar velen aan hebben meegewerkt. ‘Open standaarden’, waarbij afspraken worden gemaakt over de manier waarop verschillende ict systemen met elkaar kunnen communiceren. ‘Open access’, een woord dat voor de wetenschap wordt gebruikt. Het gaat hier om het openbaar maken van wetenschappelijke informatie. ‘Open content’ wordt gebruikt in de culturele hoek. Het gaat hier bijvoorbeeld over het openbaar maken van films, boeken en muziek. Bij ‘open data’ gaat het om datagegevens. Om het openbaar maken van databases: grote hoeveelheden gestructureerde informatie. De overkoepelende term die voor deze zaken gebruikt wordt is ‘open knowledge’. Kennis die voor iedereen openbaar is. Of het nu gaat om de broncode van computerprogramma’s, wetenschappelijke informatie, boeken of data.

Hoewel deze ‘open’ trend zijn oorspong vindt in de technische hoek, blijft de populariteit die daartoe beperkt. Zo wordt er nu weer veel gesproken over ‘open overheid’, een term die over veel meer gaat dan alleen het technische openstellen van de overheid, maar ook over de manier waarop de overheid zich opstelt en de interactie met burgers aan gaat. Iedereen wil op het moment ‘open’ zijn. Open lijkt de nieuwe moral highground, En hoewel er de komende jaren ongetwijfeld meer aandacht zal komen voor de negatieve kanten van open, is het streven naar ‘open’ een gegeven van het moment.

Waar staat dan het ‘open’ voor in ‘open data’? Verschillende organisaties gebruiken daar verschillende definities voor of beter gezegd lijsten van eisen waar data aan moet voldoen voor het ‘open data’ genoemd mag worden.[5] De verschillende eisen komen er op neer dat de data juridisch, technisch en economisch open moet zijn. Juridisch open wil zeggen dat iedereen de data voor verschillende doeleinden mag gebruiken en opnieuw publiceren. Technisch open wil zeggen dat de data technisch toegankelijk is. Het liefst in een ‘machine readible format’, in een formaat dat een machine kan lezen. Tenslotte wil economisch open zeggen dat de data tegen een redelijke kostprijs of het liefst gratis toegankelijk is. Als er hoge prijzen worden gevraagd, gaat het niet om open data. In de praktijk kan het natuurlijk voorkomen dat data wel open is op het ene punt, maar niet op het andere. Zo kan het zijn dat data technisch open is en gratis toegankelijk, maar juridisch niet open. Zoals uiteindelijk met Wikileaks het geval was. Of dat data juridisch en economisch open is, maar dat de data feitelijk technisch niet toegankelijk is.  

Open data is ‘hip and happening’. Er wordt veel aandacht aan besteed door overheid en samenleving. Er zijn voorzichtige stappen genomen met het openen van de eerste databases. Open data heet de goudmijn van de eenentwintigste eeuw te zijn en het data minen het nieuwe goud zoeken. Hoe gaat dit nieuwe goud zoeken in zijn werk?

Ten eerste worden datasets beschikbaar gesteld, bestaande datasets openbaar gemaakt of nieuwe datasets gecreëerd. De datasets waarbij het om open overheidsdata (data die openbaar wordt gemaakt door de overheid) gaat, zijn veelal datasets die al bestonden en nu voor iedereen beschikbaar worden gemaakt. Naast deze ontwikkeling naar meer open data, is een tweede ontwikkeling gaande, eveneens geholpen door de technische mogelijkheden van het Internet, steeds vaker worden datasets gecreëerd op het internet. Dit kan bewust gebeuren, doordat vele mensen samenwerken aan het samenstellen van een database, die wordt crowdsourcen genoemd. Of omdat er gebruik van technologieën automatisch data kan creëren, zoals het gebruik van een Tomtom automatisch tot informatie over mobiliteit leidt. Dit wordt informating genoemd.

 

Ten tweede moeten de datasets vindbaar zijn voor de mensen, die gebeurt door het samenstellen van catalogi van datasets. Op het eerder genoemde data.overheid.nl verzamelt de Nederlandse overheid bijvoorbeeld de publieke datasets. Een voorbeeld van een niet-overheid catalogus is thedatahub.org van CKAN net.

 

Dan kan het echte goud zoeken beginnen en worden er toepassingen voor de datasets bedacht. Dit zijn programma’s die de data toegankelijk maken op een relevante manier. Zo kan op basis van de database met gegevens van weerstations een programma gemaakt worden dat het huidige weer op verschillende plaatsen kan laten zien.

 

3. Overheid en open data

Er bestaan hoge verwachtingen van open data en de acties van de overheid op dat gebied. Naast de eerder genoemde druk van organisaties buiten de overheid, creëren overheden de druk ook onderling. De ‘apps for democracy’ wedstrijd in Washington heeft landen over heel de wereld geïnspireerd om hetzelfde te doen. En bij een ‘Apps for Amsterdam’, kunnen andere grote steden en uiteindelijk ook de nationale overheid natuurlijk niet achterblijven.

Met welke gedachten stappen overheidsorganisaties hierin? We zien dat er verschillende doelen ten grondslag liggen aan het openbaar maken van data. We onderscheiden er drie: faciliteren, sturen en controleren.

Faciliteren: Het openbaar maken van data, kan mensen faciliteren om zaken te creëren die voor hen waardevol zijn, commercieel of niet-commercieel. Het kan hier gaan om economische waarde, maar ook om een andere vorm van waarde zoals kennis. Waar de waarde zit in open data is lang niet altijd van te voren te voorspellen. Er wordt veel geprobeerd en geëxperimenteerd op het net en slechts een heel klein gedeelte daarvan is succesvol. Daarom is de metafoor van het goud zoeken treffend. In de grote hoeveelheid data is de waarde niet altijd direct zichtbaar. Maar het mooie van internet is dat door heel veel mensen tegelijkertijd kan worden gezocht. Als het vinden van de waarde in data alleen aan de overheid wordt overgelaten, is de kans groot dat veel waarde over het hoofd wordt gezien (Leadbeater, 2011: 14). Als burgers succesvol zijn in het creëren van publieke waarde, kan de overheid zich zelfs terugtrekken. Een soms achterliggend doel van de overheid.

Sturen: Soms zit er achter het openbaar maken van gegevens door de overheid het doel om burgers of organisaties te sturen. Informatie over files kan bijvoorbeeld mensen ertoe aanzetten om op een ander tijdstip in de auto te stappen (Meijer & Thaens, 2010). De overheid kan het openbaar maken van gegevens ook gebruiken als sturingsinstrument voor organisaties. Openbaarmaking van schoolgegevens kan bijvoorbeeld leiden tot druk op de scholen om beter te presteren (Meijer, 2007).

Controleren: De overheid kan met het openbaar maken van gegevens ook het doel hebben andere organisaties of zichzelf te controleren. Een recent voorbeeld van het openbaar maken van data met controle van organisaties als doel is het Amerikaanse recovery.gov. Op deze website zijn de uitgaven op basis van de Recovery Act te vinden zijn. Ook interessant is usaspending.gov, waarop overheidsuitgaven inzichtelijk worden gemaakt. Het achterliggende doel hiervan kan zijn het vertrouwen van burgers in de overheid te vergroten, zoals bij de eerder genoemde open overheid statement van Obama het geval is.[6] Deze functie van controle op organisaties is een van de redenen waarom organisaties huiverig kunnen zijn voor open data.

De overheid is natuurlijk niet de enige actor op dit gebied. Ook burgers en andere organisaties spelen een belangrijke rol en hebben daarbij hun eigen doelen voor open data. We zullen nu eerst de praktijk van open data bekijken op een aantal gebieden en komen hier later op terug.

 

 4. Open data in de praktijk

De goudkoorts rond open data laat het bestuur niet onberoerd. We noemden al de vele initiatieven die door diverse overheden, in Nederland en daarbuiten zijn ondernomen. De data die de Nederlandse overheid via data.overheid.nl online zet. De steden die vergelijkbare initiatieven organiseren. Veel van de data die daar tussen staat, zal niet snel tot discussie leiden. Wie is er op tegen dat adressen van scholen openbaar worden gemaakt, de locaties van openbare toiletten of de plaatsen in Den Haag waar archeologische vondsten zijn gedaan? Maar soms zijn de vragen ingewikkelder. Vijf cases kunnen de vragen illustreren die open data voor het bestuur kunnen oproepen. In de cases hebben we op vier beleidsgebieden en op het gebied van volksvertegenwoordigers zelf de ontwikkelingen met open data onderzocht. De volledige casusbeschrijvingen zijn als achtergronddocument beschikbaar.

Reisinformatie openbaar vervoer

De overheid kan verschillende doelen hebben met het creëren van open data, in dit geval een database met real-time informatie over het openbaar vervoer. Het gaat om het gemak van de reiziger, maar de database dient ook twee achterliggende doelen. Door vergelijkende informatie te geven over de reistijd over het spoor en over de weg, hoopt de overheid dat meer mensen de trein nemen. En door dezelfde database kunnen overheden die concessies verlenen voor openbaar vervoer de afspraken over punctualiteit beter controleren. De casus illustreert ook hoe lastig het kan zijn om data gestructureerd en real time ter beschikking te stellen. Zeker als, zoals in dit geval, er verschillende organisaties betrokken zijn en het niet gaat om overheidsorganisaties maar om organisaties waarmee de overheid een contract heeft. Het is onduidelijk welke rol er dan ligt voor de nationale overheid, hier het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Moet zij zoals zij eerst van plan was een nationale database creëren of kan zij enkel in regels vaststellen dat real time informatie beschikbaar moet worden gemaakt en het verder aan de partijen overlaten? Moet zij daarbij nog regels stellen over de manier waarop het beschikbaar gemaakt wordt? En kan zij deze regels stellen?

Informatie over scholen

Deze casus laat zien dat de onderwijsinspectie terughoudend is geweest in het publiceren van informatie, maar daar door de rechter op basis van de Wet Openbaarheid Bestuur toch toe is gedwongen. De overheid heeft langzaam steeds meer informatie over het onderwijs vrij gegeven. De zorg dat daarbij in het bijzonder voor zwakke scholen een versterkende cirkel bestaat is niet weggenomen en niet irreëel. [7] Dat moet echter worden afgewogen tegen het recht van ouders en leerlingen om te weten wanneer een school ondermaats presteert. Tegelijkertijd ontstaat er kritiek op de onderwijsinspectie op het eenzijdig focussen op bepaalde prestatie indicatoren (Onderwijsraad, 2012: 29). Leidt dit tot werkelijke prestatieverbetering bij scholen of leidt het tot gaming en de prestatieparadox, waarbij volgens de indicatoren de school beter presteert, maar dat niet werkelijk zo is. Parallel ontstaan er op het internet initiatieven die aansluiten bij de belevingswereld van leerlingen, zoals beoordeelmijnleraar.nl. Dat werpt de vraag op voor de onderwijsinspectie of zij deze site in de gaten zou moeten houden om te kunnen zien waar zich incidenten voordoen. En waarom heeft de onderwijsinspectie geen knop op de website waarmee je meldingen kunt doen over scholen, zoals je bij de nieuwe Voedsel- en Warenautoriteit meldingen kunt doen over een restaurant of snackbar? Dit werpt ook de vraag op wie er geïnteresseerd is in welke gegevens. Uit recent onderzoek blijkt dat ouders maar zeer beperkt gebruik maken van de website van de Inspectie van het Onderwijs. De belangrijkste informatiebronnen voor ouders zijn een bezoek aan een school, persoonlijke gesprekken op school, schriftelijke informatie (waaronder de website van de school) en informatie van andere ouders. (Bekkers, De Kool & Straten, 2012: 5). En geven leerlingen niet liever zelf cijfers aan hun leraren op de daarvoor ontwikkelde websites?

Informatie over de politie

De politie is op verschillende manieren bezig met een ‘open politie’. Burgers wordt om hulp bij opsporen gevraagd, de wijkagent twittert en per wijk wordt er informatie over criminaliteit gedeeld. Tegelijkertijd laat de casus ook zien dat de politie deze informatievoorziening niet helemaal in de hand heeft. Op websites als 112meldingen en misdaadkaart.nl wordt data aangeboden die de politie zelf niet op deze manier presenteert. Alle persberichten van de politie worden automatisch gelezen en tot een database van misdaden in Nederland verwerkt. En ook bij de politie speelt het argument van de negatieve spiraal. Leidt het publiceren van negatieve data over een wijk niet tot een verdere neergang van deze wijk?

Informatie over volksvertegenwoordigers

Deze case laat zien dat ook als de overheid, of in dit geval de Tweede Kamer, weinig initiatief neemt op het gebied van open data, de samenleving niet stil blijft zitten. Daar worden tal van initiatieven ontwikkeld die de data van de Tweede Kamer inzichtelijker moeten maken. Tegelijkertijd zijn er weinig initiatieven die overeind blijven, velen hielden er mee op na een paar jaar. De vraag is of dat een fase is die typisch bij internet hoort, veel proberen en selecteren, waarbij uiteindelijk een goede site zal ontstaan of dat de sites tegen structurele tijdsproblemen of geldproblemen oplopen.

Er kan door middel van open data gezocht kan worden naar nieuwe vormen van verantwoording. Het zijn echter ook tamelijk voorzichtige pogingen, eerste verkenningen van de mogelijkheden op dit veld. Deze initiatieven spelen op dit moment nog geen grote rol voor politici en zijn nog weinig confronterend. De voornaamste opbrengst lijkt hier te zijn dat burgers beter geïnformeerd worden door een overzicht te bieden van verschillende informatiebronnen. Of dit bijdraagt aan de democratische controle zal de toekomst moeten uitwijzen.

Informatie over ontwikkelingshulp

Internationale ontwikkelingshulp is een relatief ondoorzichtig terrein, met een veelvoud aan betrokken overheden, bedrijven en ontwikkelingshulporganisaties. Het inzetten van open data van burgers heeft zich bewezen als een middel om meer zicht te krijgen op de situatie ter plaatse. Maar ontwikkelingshulp staat in veel landen ook ter discussie, zo is er ook in Nederland een debat over het nut en de noodzaak ervan. Een argument wat vaak in deze discussies wordt gebruikt, is de ondoorzichtigheid van de besteding van de gelden. Open data kan een bijdrage leveren aan de transparantie, al is nog onduidelijk in hoeverre dit zal bijdragen aan de discussie hierover. De cijfers die openbaar worden gemaakt geven bijvoorbeeld nog geen zicht op de effectiviteit van projecten of op de precieze bestedingen in ontwikkelingsprojecten.

 

5. Divers gezelschap

Er zijn veel verschillende organisaties te vinden die met open data bezig zijn. Op nationaal niveau verschillende ministeries, ministeries met soms verschillende doelen, lokale overheden, verzelfstandigde overheidsorganisaties, bedrijven, ngo’s, hackers en andere betrokken burgers. Deze actoren hebben allemaal hun eigen motivaties om aan open data mee te werken. Op het gebied van openbaar vervoer willen overheden graag de burger bewegen om vaker het openbaar vervoer te nemen en willen zij openbaar vervoer organisaties kunnen controleren. De openbaar vervoerbedrijven willen service bieden aan de reizigers maar zijn tegelijkertijd huiverig voor toegenomen controle door de overheid. Reizigers willen weten hoe laat hun trein gaat en hackers zijn simpelweg verbaasd dat de data niet gewoon gedeeld wordt, zodat zij er ‘coole’ dingen mee kunnen doen.

De open data beweging biedt dan ook een kleurrijk palet. De term open data biedt een paraplu voor een bonte stoet organisaties en bewegingen. De e-participatie beweging van een aantal jaar geleden heeft zich heruitgevonden als open data beweging. Maar ook oudere bewegingen zoals de roep om meer openheid in het bestuur en om meer kunstwerken in het publieke domein varen op het moment onder de vlag van open data. Steden die de creatieve sector willen laten bloeien hopen dat op het moment met open data te bereiken en bedrijven op zoek naar nieuwe kansen hebben eveneens open data ontdekt. Techneuten zien het als een onvermijdelijke technische ontwikkeling.

Er is dus veel beweging, maar niet iedereen heeft hetzelfde doel en niet iedereen loopt dezelfde kant op. De discussies over open data worden steeds op een andere manier gevoerd, omdat iedere partij er vanuit zijn eigen logica naar kijkt. Tegelijkertijd creëert open data een eigen logica. Data die economisch, juridisch en technisch toegankelijk is vergt veel samenwerking tussen organisaties, nieuwe inrichting van processen, open standaarden waar een ieder zich aan houdt, andere verdienmodellen en een cultuur van openheid.

Deze logica botst soms met andere logica’s, bijvoorbeeld met de logica van overheidsorganisaties. De fragmentatie van organisaties zorgt ervoor dat de data per organisatie openbaar gemaakt moet worden en er niet in één keer heel veel data beschikbaar komt. Het heeft ook tot gevolg dat de databases vaak op verschillende technische wijze en onder verschillende licenties beschikbaar komen, wat lastig is voor het op grote schaal automatisch gebruiken van de gegevens. Open data veronderstelt samenwerking tussen organisaties, een vloeibare stroom van gegevens tussen organisaties, wat lastig te combineren is met de autonomie waar organisaties naar streven. Tenslotte kan het zo zijn dat open data op nationaal niveau geld oplevert, maar een individuele publieke organisatie geld kost. Een lastige situatie in deze financiële krappe tijden. De verschillen tussen deze logica’s zijn belangrijke drempels voor open data, maar betekenen ook dat het publiceren van open data ook gevolgen kan hebben voor de logica van de overheidsorganisaties.

De veelheid aan actoren betekent dat de overheid geen centrale sturende actor is en dus ook niet eigenhandig de doelen kan bepalen. Open data komt vaak tot stand door partijen buiten de overheid om of door externe druk op de overheid. De overheid is echter, gezien de grote hoeveelheid data die zij heeft, bepaald geen onbelangrijke speler.

 

6. De onbeheersbaarheid van open data

Open data is niet alleen onbeheersbaar omdat er vele verschillende actoren bij zijn betrokken bij verschillende doelen. De onbeheersbaarheid komt er ook uit voort dat de belangrijkste effecten van open data niet in de database zelf zitten en ook niet in het bekijken van de database, maar in de verandering in informatie, coördinatie en organisatie die open data teweeg brengt.[8]

Open data is als het gooien van een steen in het water. De eerste rimpelingen zijn veranderingen in informatie, daarna kan het invloed hebben op coördinatie en tenslotte op organisatie. Een voorbeeld kan dit illustreren. Een aantal taxi’s in Den Haag zijn bezig met het testen van de gouden koets. In plaats van een taxicentrale te moeten bellen, kun je een app downloaden waarop je kunt zien waar de taxi’s door de stad rijden en welke vrij is. Zo kun je direct een taxi bestellen via je telefoon zonder de taxicentrale te hoeven bellen. In Amsterdam is een vergelijkbare app net gelanceerd, maar dan alleen van de Taxi Centrale Amsterdam. In deze app is het ook mogelijk de individuele chauffeurs te beoordelen. De open data, in dit geval de locatiegegevens van de taxi’s, leidt direct tot informatie voor de klanten. Zij kunnen direct op hun scherm zien of er een vrije taxi in de buurt is. Dit leidt uiteraard tot coördinatie van gedrag. De klant weet of hij snel een taxi kan krijgen of beter met het openbaar vervoer kan gaan, de taxichauffeurs weten waar al veel vrije taxi’s rondrijden en kunnen hun eigen stuk in de stad zoeken en zo kan de bezettingsgraad verhoogd worden. Tenslotte heeft het ook gevolgen voor de organisatie. In Amsterdam, waar de app van één taxibedrijf is, zal het op termijn leiden tot het verkleinen van de meldkamer en is het een manier om de prestaties van taxichauffeurs in de gaten te houden en daarop te sturen. In Den Haag, waar de app niet eigendom is van één taxibedrijf, maar waar alle taxi’s zich op kunnen aansluiten, zal het juist leiden tot een minder belangrijke rol voor de taxicentrales, klanten hebben immers zelf direct zicht op waar een lege taxi rondrijdt en taxi’s besparen zich graag het dure abonnement op een taxicentrale.

 

Het voorbeeld laat ook zien dat het niet hoeft te gaan om open overheidsdata, alle vormen van open data kunnen deze effecten opleveren. En data wordt continu gecreëerd. Lang niet alle datasets veroorzaken grote rimpelingen. Meestal gaat het slechts om een kleine rimpeling of geen rimpeling. Echter ook kleine rimpelingen kunnen op het moment dat zij combineren met andere rimpelingen zich tot grote golven ontwikkelen.

Het is geen lineaire lijn van data naar informatie, naar coördinatie en organisatie, er kunnen stappen overgeslagen worden en de rimpeling kan keren, juist dat maakt de effecten van open data onvoorspelbaar. Spelers in het veld zijn reflexief, zij reageren op de data, waardoor de data verandert. Neem het voorbeeld van open data over scholen. Bij het publiceren van beoordelingen van scholen komt er meer informatie beschikbaar voor ouders, dit leidt tot afstemming van gedrag, zij zullen hun kinderen niet zo snel naar scholen sturen die slecht beoordeeld worden. Omdat het budget van scholen afhankelijk is van het aantal leerlingen, zullen zij goed uit de beoordelingen willen komen, zij veranderen de organisatie en daarmee verandert weer de informatie. Er is niet altijd van te voren te zeggen of dit een positief of negatief effect zal zijn. Daarnaast heeft niet alleen de open data effect, ook het proces van het openstellen van data heeft een effect op de organisatie die het betreft. Als een organisatie data openbaar moet maken, leidt dit ook onvermijdelijk tot verandering van de interne werkprocessen, al is het alleen maar om de data openbaar te krijgen. Dit kan een extra belasting betekenen voor de organisatie of het kan juist een goede stimulans zijn om de interne processen op orde te brengen.

Door de onvoorspelbaarheid van deze processen kunnen grote dingen geen gevolgen hebben en kan iets dat heel klein begint, majeure consequenties hebben. Data kan opeens op een heel andere terrein van betekenis blijken. Het is daarmee nooit duidelijk uit welke hoek de grote verandering zal komen. Ushahidi bijvoorbeeld is een online platform dat werd opgericht in Kenia om de rellen in het land te kunnen registreren na de verkiezingen in 2007. Iedereen kon op een kaart plaatsen toevoegen waar rellen waren. Het werd daarna ook gebruikt om de hulp op gang te krijgen na de aardbeving in Haiti. Door het tonen van een kaart met noodsituaties, ziekenhuizen, hulpposten, veiligheidsrisico’s. Het werd eveneens gebruikt tijdens de Arabische lente, na de aardbeving in Japan en in Nederland om de beste plaatsen te laten zien waarop je op natuurijs kon schaatsen. Hoewel het voorbeeld in Nederland wat onbelangrijk lijkt bij de andere manieren waarop Ushahidi gebruikt wordt, is het significant omdat het omgekeerde even snel kan gebeurden. Een website voor sportvissers zou ineens gebruikt kunnen worden om watervervuiling in kaart te brengen, oudersonline kan opeens een politieke kracht worden.

De effecten van open data zijn dus onvoorspelbaar omdat open data op veel verschillende manieren effect kan hebben en die effecten zelf weer effecten veroorzaken. Zo zijn er niet alleen eerste orde, maar ook tweede, derde en vierde orde effecten. Open data wordt beschouwd als de goudmijn van de eenentwintigste eeuw, zo observeerden we al. Dit leidt tot goudkoorts bij een heel diverse groep van mensen en organisaties. Zoals de goudkoorts in Californie daar niet alleen goud heeft opgeleverd, maar ook een juridisch systeem, spoorlijnen en minder gelukkige effecten als de impact op de oorspronkelijke bevolking, kan ook deze goudkoorts effecten hebben die veel verder gaan dan het goud. Er kunnen nieuwe infrastructuren ontstaan, nieuwe manieren van organiseren.

 

7. Gevolgen voor het openbaar bestuur

Aan het begin van het essay stelden we ons de vraag: Hoe verandert open data de interacties tussen burger en bestuur? We zagen dat  open data een een belangrijke kan spelen rol in de interactie tussen overheid en burger. Niet alleen omdat de overheid data beschikbaar stelt. Ook als de overheid zelf geen data beschikbaar stelt, verandert open data de relatie. Bijvoorbeeld wanneer de data rechtstreeks aan het functioneren van de overheid raakt of aan organisaties die voor haar belangrijk zijn, zoals beoordeelmijnleraar.nl. Gemeenten worden op de kaart van verbetermijnbuurt.nl geconfronteerd met rode vlaggen op plekken waar stoeptegels losliggen of gevaarlijke situaties ontstaan. Hoewel gemeenten in eerste instantie niet in het initiatief wilden stappen, ontstond toen toch de vraag ‘Hoe krijgen we de rode vlaggen weg?’

Open data verandert de interactie tussen overheid en burgers daarmee op veel verschillende niveaus. We zien vijf verschillende patronen van interactie. Ten eerste het patroon waarbij de overheid praktische informatie beschikbaar stelt, die de burger direct kan gebruiken. Zoals de informatie over openbare toiletten, informatie over de hoogte van de bruggen in de Amsterdamse grachten of informatie over de locatie van gehandicaptenparkeerplaatsen in een stad. Dan zijn er voorbeelden waarbij de overheid het gedrag van burgers of bedrijven op zachte wijze probeert te sturen door het beschikbaar stellen van informatie. Zoals informatie over het openbaar vervoer en files, in de hoop dat burgers vaker het openbaar vervoer zullen kiezen. Tegelijkertijd dient het om openbaar vervoerbedrijven te sturen op hun prestatie. De overheid kan ook open data gebruiken om zelf terug te kunnen treden en sturing over te laten aan het spel tussen burgers en anderen (organisaties, bedrijven). Zo kan er bijvoorbeeld data over gevaarlijke stoffen worden gepubliceerd door de nationale overheid zodat er op lokaal niveau discussie ontstaat tussen burgers, lokale overheden en bedrijven. Ook vanuit de burger geredeneerd zijn verschillende patronen zichtbaar. Burgers die data verzamelen en/of beschikbaar stellen om overheidsorganisaties op subtiele wijze te sturen of kritisch te volgen. Zoals verbetermijnbuurt.nl, waarmee de gemeente wordt gewezen op concrete verbeterpunten in een wijk of mypolice.org, waarbij er commentaar wordt geleverd op de politie. Burgers kunnen ook de data gebruiken om de overheid overbodig te maken en zelf zaken op te lossen. Zo gaat verbeterdebuurt.nl mogelijkheden bieden voor burgers om zichzelf te organiseren en iets op te pakken in de buurt.

Maar de grootste verandering die tussen burgers en overheid plaatsvindt, vindt misschien wel op de achtergrond plaats. Open data leidt samen met andere technische ontwikkelingen tot een andere cultuur, andere verwachtingen, andere spelregels voor de omgang tussen overheid en burgers.[9]

Dat leidt tot de grote achterliggende vraag bij open data. Gaat het om een hype of fundamentele verandering? Is het ‘Nederland van boven’, een mooi televisieprogramma en hippe infographics, of is het Nederland ondersteboven?

De beperkte verrassingen die tot nu toe uit de open data wedstrijden zijn gekomen kunnen wijzen op een hype. Het aantal echt innovatieve voorbeelden is schaars en er wordt getwijfeld aan het werkelijke effect van de initiatieven. Het kan ook liggen aan de databronnen die door de overheid beschikbaar zijn gesteld. Maar zelfs van Wikileaks, het meest geruchtmakende voorbeeld van open data door burgers, wordt gezegd dat de effecten op de transparantie uiteindelijk beperkt zijn (Roberts, 2012). Wikileaks laat ook zien dat alleen data niet genoeg is, er moeten verhalen rond de data gecreëerd worden om een groot publiek te bereiken.

De vrijwillige tijd die mensen in dit soort projecten steken is enorm. Er zijn hele communities die samen applicaties bouwen. Maar er wordt ook gewezen op de beperkingen die het steunen op vrijwilligers oplevert. Na een aantal gratis applicaties, vinden mensen dat ze er ook wel voor betaald kunnen worden. En het is lastig om de continuïteit te garanderen van websites die op vrijwilligers draaien. We kwamen veel initiatieven tegen die een kort leven waren beschoren.

Maar open data kan verdere gevolgen hebben dan op het eerste ogenblik lijkt. Door de tweede, derde en vierde orde effecten die kunnen optreden is het effect niet meteen te overzien. Het ligt voor de hand om bij open data te kijken naar de informatie die hieruit afgeleid wordt. Burgers worden geïnformeerd. Maar de grote effecten zijn juist te vinden in de invloed die het heeft op de coördinatie en organisatie. Er kunnen nieuwe platformen ontstaan waarop burgers zich organiseren. Vrijwilligers kunnen professionals worden, iemand op een zolderkamer in een dorp in Oost-Groningen kan evenveel invloed hebben als een professional. De oorspronkelijke intentie waarmee open data is vrijgesteld wordt soms niet gehaald en blijkt soms slechts het begin van veel grotere ontwikkelingen. Grote zaken kunnen nauwelijks effect hebben en iets kleins kan opeens heel groot worden op het internet. Open data vindt zijn eigen weg op het internet en die weg bevindt zich buiten de controle van de overheid.   

Zoals bij veel nieuwe technieken, geldt ook hier dat de ontwikkelingen op korte termijn worden overschat en op lange termijn onderschat. Open data zal niet morgen een revolutionair effect hebben op de relatie tussen burger en overheid. Maar open data start samen met andere maatschappelijke en technologische ontwikkelingen een proces dat niet voorspelbaar is. Er zullen nog vele initiatieven volgen met beperkt effect, maar daardoor waarschijnlijk ook steeds meer initiatieven met een groot effect. Niet alleen op de informatie, maar ook op de coördinatie en organisatie in de samenleving.

 

Referenties

 

Bekkers, V., D. de Kool en G.F.M. Straten (2012). Beleidsgericht Onderzoek Primair Onderwijs Educational Governance: Strategie, ontwikkeling en effecten. Themaproject 4: Ouderbetrokkenheid bij schoolbeleid. Eindrapport, januari 2012.

Leadbeater, C. (2011) The Civic longtail. Demos.

 

Meijer, A. J. (2007). Publishing public performance results on the internet; do stakeholders use the Internet to hold Dutch public organizations to account? Government Information Quarterly, 24, p. 165-185.

 

Meijer, A. J. & Thaens, M. (2010). Alignment 2.0: strategic use of new internet technologies in government. Government Information Quarterly, 27, p. 113-121.

 

Onderwijsraad (2012). Geregelde Ruimte. Den Haag.

 

Roberts, A. S. (2012). Wikileaks: The illusion of transparancy. International Review of Administrative Sciences, 78 (1), p. 116-133.

 

Shirky, C. (2008) Here comes everybody: the power of organizing without organization. New York: Penguin Press.

 

Twist, M.J.W. Van, Steen, M. Van der, Kleiboer, M. & Scherpenisse, J. (2011). Coping with very weak primary schools: Towards ‘smart intervention’ in Dutch education policy.

Paper presented at the Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) conference: “Effective Governance From the Centre” First GCES Thematic Conference, The Hague, Netherlands, 21-22 November 2011.

 

           

 

 

 



[1] Zie bijvoorbeeld Column Alexander Klopping, ‘data delen’, NRC Next, 7 december 2011.

[2] Neelie Kroes, 12 december 2011, http://blogs.ec.europa.eu/neelie-kroes/opendata/

[3] ‘Give us back our crown jewels’ 9 march 2006. http://www.guardian.co.uk/technology/2006/mar/09/education.epublic

[4] Onder andere door Neelie Kroes op haar blog, 12 december 2011, http://blogs.ec.europa.eu/neelie-kroes/opendata/

[5] Zie bijvoorbeeld de definities Open Knowledge Foundation (opendefinition.org/okd/)

[7] Twist, M. van, Steen, M. van der, Kleiboer, M. & Scherpenisse, J. (2011). Coping with very weak primary schools; Towards ‘smart intervention’ in Dutch education policy.

[8] Vergelijkbaar met Shirky die stelt dat de drie stappen van online samenwerken delen, coordineren collectieve actie zijn (Shirky, 2008:49-51).

[9] Vgl. RMO, ‘De nieuwe regels van het spel’, 2011 en Leadbeater, 2011:9.

Weergaven: 624

Opmerking

Je moet lid zijn van Ambtenaar 2.0 om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van Ambtenaar 2.0

Reactie van Albert Meijer op 3 April 2012 op 11.35

Veel dank voor de complimenten en de constructieve reacties. Veel van deze punten nemen we mee in een volgende versie van ons essay! Er worden teveel punten genoemd om allemaal op te reageren. De belangrijkste wil ik echter wel noemen:

 

@davied Link met zelforganisatie. Goed punt. Nemen wij mee als vragen voor vervolgonderzoek.

 

@davied Link met open overheid. Daar gaan we wel op in. We zien de relatie ook iets anders dan jij. Het verschil zit vooral in het doel van de openbaarmaking. Open overheid gaat om het controleren van de overheid en het beinvloeden van de samenleving terwijl open data gaat om het faciliteren van de samenleving. Wij geven aan dat een verandering van het discours over openheid een belangrijke trend is.

 

@davied. Open spending is een mooie term. Kende ik nog niet. Dat gaan we meenemen in het stuk over controleren. Zeker inderdaad gekoppeld aan participatory budgetting.

 

@davied. De combinatie tussen open data en big data is inderdaad juist boeiend. Dat gaan we ook benadrukken.

 

@davied. Mobiele data zijn inderdaad zeer interessant maar dit zijn, zover wij weten, geen overheidsgegevens.

 

@open ambtenaar. Wij zien ook het risico van beoordeling van individuele ambtenaren. Zover ik weet sta ik zelf nog niet op rate my professor. Lastige trend. Geen pasklaar antwoord op...

 

@rene. De koppeling met fysieke ruimte is inderdaad zeer belangrijk. Veel interessante open data toepassingen kennen deze koppeling.

 

@miriam. Je geeft een mooie analyse van het onverwachte gebruik. Daar willen we graag in het verolgonderzoek verder op doorgaan. Ik vind je voorbeeld van informatie over surveillance auto's mooi. Gaan we gebruiken!

 

@miriam. Data van de overheid of van de samenleving? Wij zoomen in op open data van de overheid maar benadrukken dat er ook steeds meer data van de samenleving komen. De vraag is wel: van wie? Vooral grote bedrijven hebben veel data. Er zijn allerlei sympathieke burgerinitiatieven maar de hoeveelheid data valt in het niet in vergelijking met bedrijven. Daar moeten we niet naief in zijn.

 

@miriam. Wat we met tweede, derde en vierde orde effecten bedoelen is dat er weer reacties op reacties komen en daarop ook weer reacties. Dat bijvoorbeeld Funda gegevens over scholen gaat gebruiken en dat daarmee schoolgegevens aan huizenprijzen kunnen worden gekoppeld maar ook, via Funda, aan gegevens over criminaliteit, en dat schoolkeuzen daardoor weer worden beinvloed, etc.

 

Nogmaals dank en aanvullend commentaar is zeker welkom!

Reactie van Davied op 2 April 2012 op 16.12

@René Ik neem aan dat je dat ook op A2.0 presenteert in een blogje t.z.t.?

@Miriam Goede aanvulling: voorbeelden van burgers die data verzamelen zijn ook Iens en Verbeterdebuurt natuurlijk, maar vergeet ook Open Street Map niet en alle Wikimedia-initiatieven.

Aanvulling nog van Valerie Frissen: denk aan quantified self, het initiatief om data van jezelf te verzamelen (zorg 2.0, je eigen DNA-scan, etc.) en die vervolgens online te delen (op wat voor manier dan ook). Dat kan heel veel opleveren voor onderzoek, maar ook voor persoonlijke / omgevings-ict.

Valerie heeft een artikel geschreven over 'Big Society, Big Data' over dit alles, maar dat moet ik nog lezen.

Reactie van Miriam van Staden op 2 April 2012 op 13.16

Mooi stuk. Heel interessant, juist vanwege de focus op de veranderende relatie tussen overheid en samenleving.

re. "Door de onvoorspelbaarheid van deze processen kunnen grote dingen geen gevolgen hebben en kan iets dat heel klein begint, majeure consequenties hebben. Data kan opeens op een heel andere terrein van betekenis blijken.  [...] Hoewel het voorbeeld in Nederland wat onbelangrijk lijkt bij de andere manieren waarop Ushahidi gebruikt wordt, is het significant omdat het omgekeerde even snel kan gebeurden. Een website voor sportvissers zou ineens gebruikt kunnen worden om watervervuiling in kaart te brengen, oudersonline kan opeens een politieke kracht worden."

 

De voorbeelden die hier genoemd worden lijken mij vooral het gevolg van het invoeren van nieuwe data in bestaande toepassingen, of het gebruik van bestaande platforms voor andere gesprekken. Een toepassing is ontwikkeld met één doel, maar kan gebruikt worden voor andere doelen. Daarmee is het niet zozeer de onvoorspelbaarheid van open data, maar eerder de onvoorspelbaarheid van de toepassing. Een voorbeeld dat denk ik  wel laat zien hoe open data onverwachte gevolgen kunnen hebben: terug naar het openbaar vervoer. De data hebben tot doel inzichtelijk te maken hoe je het snelst van A naar B komt. Een bijeffect is dat ook anderen kunnen zien waar het reizen lang duurt, of onhandig is en daarmee kan het concurrentiegevoelige informatie worden: gaat de projectontwikkelaar juist dáár een weg aanleggen om de reis per auto te versnellen, of gaat de concurrerende busmaatschappij juist dáár investeren waar de reis per trein langer duurt… Om vergelijkbare redenen zal de politie niet graag real time laten weten waar de surveillance-auto’s rijden. Dit kan handig lijken als je hulp nodig hebt, maar er zijn partijen die juist de afwezigheid van politie interessante informatie vinden. In het verlengde hiervan ligt weer de vraag die Davied in zijn opmerking ook opwerpt: wat gebeurt er als je verschillende databestanden koppelt?

 

En bij de onvoorspelbare richting waarin dit de organisatie in de samenleving kan veranderen, dacht ik ook aan een opmerking die Marleen Stikker van De Waag Society recent maakte in een interview over Nederland van Boven: We kijken nu nog steeds naar de overheid voor het verzamelen en vervolgens beschikbaar stellen van data. Maar één van de grote veranderingen zou kunnen gaan zijn dat de samenleving zelf data verzamelt, en dan mogelijk weer gaat delen met de overheid.

 

Verder was ik geintrigeerd door wat jullie ‘tweede’ ‘derde’ of zelfs ‘vierde orde’ effecten noemen. Wat zijn dat en hoe verschillen die van eerste orde effecten? 

 

(Redactioneel zou ik trouwens de vijf punten in paragraaf 7, tweede alinea stuk voor stuk benoemen voor de helderheid, maar nu ga ik muggenziften :-) )

 

Reactie van René Paré op 2 April 2012 op 11.00

Erg goed en overzichtelijk stuk over Open Data!

Ook de opmerkingen van Davied erg waardevol.

Mijn aanvulling hierop is nog dat het totaal aanbod aan openbare data een afspiegeling is van de openbare ruimte, en dat de principale toegankelijkheid hiervan en bewaking van excessen een taak is van de overheid, terwijl aan de andere kant de vrijheid voor burgers en bedrijven om de toegang zelf vorm te geven zo groot mogelijk dient te zijn.

Ik zie een rol voor een "Digitale Stad 3.0" waar een service portal ontstaat dat het hele gebied zichtbaar en toegankelijk maakt, voor iedereen van voorlopers tot achterblijvers. Wij (MAD emergent art center) zijn alvast begonnen met een user-centered design portal concept. Een prototype hiervan wordt gepresenteerd op 20 april tijdens het Open Data Congres in Eindhoven.

Reactie van Davied op 1 April 2012 op 13.36

Erg goed en overzichtelijk stuk! Het leest als een aanvulling op of actualisering van het Ambtenaar 2.0-boek uit 2008 en de concepten die daarin zijn neergezet. Leuk om te lezen dus, al ontbreekt er nog iets in de literatuurlijst ... ;-)

Wat me opviel was dat het onderwerp Open Data heel breed wordt aangevlogen: het gaat niet alleen over de bronnen en het gebruik ervan, maar ook over de effecten van deze transformatie naar een transparantere overheid: de stimulans voor zelforganisatie van burgers, de gevolgen voor (businessmodellen van) overheidsorganisaties, etc. Dat lijkt me de juiste insteek.

 

Open data en overheid 2.0

Daarmee gaat het artikel voor een groot deel over de overheid 2.0, maar met open data als uitgangspunt voor discussie. Aspecten van de overheid 2.0 die daarbuiten liggen (bijv. andere vormen van zelforganisatie en andere veranderingen binnen overheidsorganisaties) blijven buiten beschouwing. Als jullie dit willen uitbouwen tot een boek zou het interessant zijn om die raakvlakken wel te benoemen: wat betekent open data bijv. voor het proces van zelforganisatie en het verschuiven van overheidstaken naar de samenleving? En zo zijn er nog meer raakvlakken te benoemen.

 

Open data en open overheid

Een ander snijvlak wordt wel benoemd, maar pas helemaal aan het einde en wat kort: open overheid. Bij open data ligt de nadruk op databases en machineleesbare gegevens. Open overheid gaat om het zichtbaar maken van documenten en processen van overheden. De Nationale Ombudsman heeft recentelijk weer een oproep gedaan voor meer transparantie. Deze week lanceerde de Rijksarchivaris een initiatief op dat gebied ... al gebruikte hij daarvoor weer de term 'open data'. Open is inderdaad een trend. Zie ook mijn opiniestuk daarover.

 

Open data en platformen

In het artikel wordt ook verwezen naar sites die mensen in staat stellen om informatie uit te wisselen. Deze informatie wordt opgeslagen en kan vervolgens weer als open data beschikbaar gesteld worden. Dit zijn geen bestaande databronnen dus, maar een 'bijproduct' van dergelijke platformen. Deze platformfunctie van internet is cruciaal voor zelforganisatie en het potentieel van burgers om een alternatieve dienst neer te zetten en zo druk te zetten op de overheid. Deze lijn loopt door het hele artikel heen, maar wordt naar mijn mening onvoldoende benoemd.

 

Welke aspecten van open data heb ik gemist?

Tot zover mijn conceptuele commentaren. Voor de volledigheid wil ik ook een aantal aspecten toevoegen:

  • Niet alleen voor burgers, maar ook voor overheidsorganisaties onderling is het vaak lastig om aan de data van een (andere) overheidsorganisatie te komen. Ik hoor af en toe ook dat "interne" samenwerking tussen overheidsorganisaties verbeterd wordt omdat data op internet beschikbaar komt en dus eindelijk toegankelijk wordt;
  • Bij het stuk over 'controleren' mis ik Open Spending. Door financiële gegevens van overheidsorganisaties online te zetten kunnen burgers meekijken en controleren of er geen foutjes worden gemaakt en of er slimme mogelijkheden zijn om te besparen. Gecombineerd met participatief begroten biedt dat nog meer mogelijkheden;
  • De nadruk in het artikel ligt nog op betrekkelijk directe links tussen databestand en dienst, maar de kansen liggen juist bij het combineren van meerdere databronnen om een dienst te leveren. Op die manier kunnen diensten ontstaan die overheidsorganisaties nooit zullen leveren omdat ze over de grens van hun bevoegdheid heen gaan;
  • Behalve in het verbinden van meerdere databronnen zitten er grote mogelijkheden in aggregatie van grote hoeveelheden data: Big Data. Het Witte Huis heeft onlangs opgeroepen om meer initiatieven te ontplooien op dat gebied bijvoorbeeld om doorbraken te forceren op onderzoeksgebied. Big Data biedt Open Data een extra dimensie, volgens mij;
  • De overheid kan het gebruik en de effecten van open data versterken door die data beschikbaar te stellen en stimuleringsmiddelen in te zetten (wedstrijden, subsidies), maar ook door platformen te creëren: niet alleen om bronnen aan te bieden, maar ook om geïnteresseerden met elkaar te verbinden of om simpele basistools aan te bieden om zelf iets met die bronnen te bouwen. Zie dit initiatief van de VS en India bijvoorbeeld;
  • Ik mis in het verhaal ook mobiele data. De gegevens van smartphones komen terecht bij de telecombedrijven en softwareleveranciers (Apple, Google), maar die vormen een enorm nuttige databron. Je kunt persoonlijke gegevens hergebruiken (zoals Bondsdaglid Malte Spitze heeft gedaan) of de geaggregeerde gegevens, zoals bij Nederland van Boven. Heel handig op beleidsgebied!
  • Tenslotte nog even aandacht voor de persoon van de ambtenaar. Een transparantere overheid leidt ook tot zichtbaardere ambtenaren. Het risico dat de functiebeoordeling van ambtenaren online door de massa (zoals bij leraren) gaat plaatsvinden wordt steeds groter. Dat is een onderdeel van de trend van transparantie, maar dat vraagt ook om aandacht. Die ontwikkeling vraagt om kanalisering. Wie gaat die rol oppakken? Benieuwd hoe jullie daar tegenaan kijken.

Tot zover mijn beschouwingen en aanvullingen. Veel succes ermee!

© 2014   Gemaakt door Davied.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden