Ambtenaar 2.0

samen werken aan overheid 2.0

De navolgende tekst heb ik geschreven in reactie op een artikel in re.Public, genaamd Trots en geschreven door Louis Hooghers. Ik voeg de link hier in en daarna mijn reactie: http://www.republic.nl/opinie/columns/Trots.htm

Sinds 1993 zit ik in de ‘notulisten-industrie’. Vanuit een directiesecretariële positie als uitzendkracht, begon ik als zelfstandig notulist. Ze hadden me leren kennen op het directiesecretariaat, mijn opdrachtgevers. Met mijn koffer toog ik van vergadering naar vergadering. Ik werkte vooral nog op het snijvlak tussen publiek en het lokale bestuur. Inspraak- en informatieavonden versloeg ik. Ik leerde veel kennen van mijn stad en zijn bestuur. Bij aanvang van mijn inmiddels zestienjarige carrière, was het voor mij een sport om zoveel mogelijk informatie te onthouden. Maar met zes vergaderingen in een week, leer je die sport wel af.

Langzaam maar gestaag dacht ik carrière te maken. Ik mocht raadscommissies verslaan, én ik zat bij ambtelijke vergaderingen. Ik ontwikkelde een nieuwe sport: zonder een heldere instructie, inschatten welke functie het verslag zou kunnen hebben gezien de plek in de organisatie waar de vergadering plaatsvond. Dat besef kon als leidraad dienen voor de selectie van informatie die op schrift moest. Ik zei niet veel, want dat was mijn positie in de vergaderingen. Vroeg ik wel eens wat, kon zich soms een ambtelijke zuurpruim aandienen die dan zei ‘Je lijkt wel een kind, die vraagt je ook het hemd van je lijf’. Nu met dit prachtige stukje van Louis Hooghers over trots, besef ik dat zuurpruimerij eigen is aan de ambtelijke cultuur. Je mag trots zijn als het je ten deel valt; dan hoor je er dus een beetje bij!

Maar dat alles nam niet weg dat ik standvastig bleef en steeds meer begreep van wat er om mij heen gebeurde. Dat heet tegenwoordig ervaringsleren en als je daar dan een examen in aflegt ben je ineens gestegen op de maatschappelijke ladder. In 16 jaar tijd ben ik behoorlijk gestegen. Niet dat er reden was om die stijging wereldkundig te maken - ik kreeg opdrachten, verdiende mijn geld, en ik zag soms meewarige blikken om mij heen. Ik hoorde dan tegen mij zeggen ‘Ha, je doet dit werk nog steeds’. ‘Ja, ik denk, dus ik ben’, zei ik dan in mijzelf terug en dacht dan een beetje somber: ‘Ook die heb ik niet zelf verzonnen’. De ander zei vervolgens vrolijk: ‘Wie schrijft die blijft’. Ik dacht dan steevast: ‘Ook, daarvan ben ik niet zo zeker’.

Ondertussen deed ik meer en meer ervaring op in het ambtelijke bedrijf. Ik mocht OR-vergaderingen verslaan, bouwvergaderingen, coördinatievergaderingen, managementvergaderingen, adviescommissievergaderingen, juridisch getint overleg tussen ambtenaren en belanghebbende individuen en groepen. Als de functie nog bestond, was ik nu toch zeker wel ‘schrijver eerste klas’. Een bouwproject werd ISO 9001 gekeurd - auditoren vonden mijn verslaglegging geweldig doorzichtig. Mijn verslagen werden ISO 9001 mee goedgekeurd. Het zal de ambtelijke trots om mij heen zijn geweest, die voorkwam dat ik naast mijn schoenen ging staan. Later vernam ik via de pers over bouwfraude (uiteraard niet bij opdrachtgevers van mij) en dacht ik dat mijn doorzichtigheid misschien toch niet zo op prijs was gesteld. Ondertussen ging mijn denken door: over de positie van lokaal bestuur en samenleving, de betrokkenheid van burgers bij ambtelijke projecten, maatschappelijke functies van politici, de scheidslijn tussen ambtelijk en bestuurlijk. Steeds vaker bleek dat ik verslagen afleverde waaraan mijn opdrachtgever nauwelijks iets hoefde te veranderen.

Toen kwam het dualisme. Het griffiewerk werd gecentraliseerd. Ik kwam op een positie waarin ik besefte dat de verslaglegging van ambtelijke vergaderingen met beleidsmedewerkers, een voorbereiding is van een politiek traject. Ik schreef mijn notulen en verwerkte de informatie op drie verschillende niveaus. Eén niveau was bedoeld voor het verslag. De andere niveaus waren voor mijzelf. Voor mijn eigen ontwikkeling. Ik getuig van die ontwikkeling op het Nederlands Medianetwerk: http://medianetwerk.ning.com/profiles/blog/list?user=2hvzevcjhulym

Tegenwoordig krijg ik vragen uit mijn eigen sector, uit de ‘notulisten-industrie’. Of ik het wel een beetje leuk vind om op te schrijven wat politici zeggen. Ik vertel dan welke functies de verslaglegging allemaal kan hebben. En ik denk vooral in mezelf: ‘het ambtelijke bedrijf is ingesteld door de politiek om de politiek te ondersteunen. Dat is zo grondwettelijk bepaald. Ik mag trots zijn dat ik de politiek mag verslaan. Wanneer je dat niet wil doen ben je dat ambtelijke bedrijf niet waard. Dan moet je een ander bedrijf zoeken. Een bedrijf bijvoorbeeld dat minder over de samenleving gaat.’ In mijn beleving vanuit mijn positie als zelfstandig ondernemer in een ambtelijke wereld zou je pas toegang moeten krijgen tot het ambtelijke bedrijf wanneer je met verve op wil schrijven wat de politici zeggen. Niet omdat je het eens bent met wat de politici zeggen, maar omdat je de professionaliteit hebt om in te zien welke functie het heeft nadat je hun woorden hebt geschreven. Wat geweldig dat Louis Hooghers nu schrijft: ‘De beleidsmedewerkers gaat het om een zorgvuldige besluitvorming. Los van de persoon van de bestuurder, los van de inhoud.’ Ik realiseer mij daardoor des te meer en met des te meer trots dat ik een gewaardeerde bijdrage lever aan de professionaliteit van het ambtelijke bedrijf. Ik zie gretig en reikhalzend uit naar mijn promotie, met dank aan de schrijver van ‘Trots’. Ik weet mij met mijn beroep in een gezelschap dat het waard is over mijn notulen te beschikken. Louis Hooghers en ik beseffen waarom: het democratische proces staat voorop.

Weergaven: 33

Opmerking

Je moet lid zijn van Ambtenaar 2.0 om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van Ambtenaar 2.0

Reactie van Geertjan Benus op 30 Oktober 2009 op 13.14
Dankjewel Douwe voor je compliment over mijn reactie op het artikel van Louis Hooghers. Mijn verhaal gaat eigenlijk over het verschil in karakter van een overheidsbedrijf en een gewoon bedrijf. Uiteraard is het van belang bedrijfsmatig te werken, zeker ook bij de overheid. Alleen denk ik dat bij de overheid gemiddeld meer maatschappelijk geëngageerde mensen zouden moeten werken. Meer dan bij commerciële bedrijven zouden werknemers bij de overheid moeten beseffen om welk 'eindproduct' het gaat. Ik heb geen oordeel hoe het daarmee staat bij de overheid over het geheel genomen.

Ik heb wel een aantal ervaringen in het kader geplaatst waartoe het stuk van Louis Hooghers voor mij aanleiding gaf. Mijn stelling is dat het democratisch proces dat vanuit het overheidsbedrijf gevoed wordt, alleen goed te voeden is door mensen die afstand kunnen nemen van hun eigen politieke en maatschappelijke stellingnamen. Kunnen die mensen dat niet, treedt een bizar mechanisme op. Ik ga voor 'de kracht van de democratie' niet voor 'de machthebbers in de democratie'. Ik ga dus liever voor 'de geïnspireerde wake-up call' dan voor de 'duw van een machthebber'.

© 2018   Gemaakt door Dirk Jan van der Wal.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden