Ambtenaar 2.0

samen werken aan overheid 2.0

De sociale media voorbij. Een kritiek op het advies van de Rob

De Raad voor het Openbaar Bestuur (Rob; voorzitter Jacques Wallage) heeft een advies uitgebracht over het gebruik van sociale media door politiek en overheid. Over wat dit rapport zegt over de rol van ambtenaren online is al een blog geschreven. Bij deze mijn kijk op dit adviesrapport. Komende woensdag is er overigens een symposium over dit onderwerp, alwaar ik gespreksleider ben en Wallage één van de deelnemers.

 

De andere kloof

De Raad is niet de eerste die zich mengt in dit debat. Ze hebben dus de tijd kunnen nemen om zich te verdiepen in de thematiek. Bij hun onderzoek hebben ze zich gericht op de kloof tussen burger en politiek. Daarmee doelen ze niet op de traditionele communicatiekloof, maar op ‘de andere kloof’:

"De samenleving horizontaliseerde in haar verhoudingen, terwijl het politieke bestuur goeddeels als vanouds – dus uitgaande van verticale, hiërarchische gezagsverhoudingen – bleef opereren."

Communicatiemiddelen zijn er genoeg, maar bestuur en samenleving zijn twee verschillende werelden geworden die elkaar niet meer begrijpen. Die constatering is vergelijkbaar met die van de NSOB in het boekje De boom en het rizoom. Dit heeft gevolgen voor de rol van politiek en overheid in de samenleving en de mogelijkheid om invloed op die samenleving uit te oefenen:

"Mensen, bedrijven, instellingen, maar ook het openbaar bestuur maken inmiddels deel uit van horizontale netwerken. Daarin zijn de politiek en de overheid niet meer dé belangrijkste, maar één van de belangrijke spelers."

De Rob constateert dus dat politiek en overheid een stapje terug hebben gedaan in het maatschappelijke spel. Bepaalde voorheen de overheid voor een belangrijk deel de richting waar de maatschappij heen bewoog, nu komen initiatieven van alle kanten en moet de overheid daar op aansluiten.

 

Legitimiteitscrisis

Dit besef is nog niet doorgedrongen bij de meeste politici en ambtenaren. Hun positie lijkt ook nog hetzelfde te zijn: politici worden nog steeds voor vier jaar gekozen en bestuurders geven hun ambtenaren vervolgens opdrachten en budgetten om hun politieke ideeën te verwezenlijken. De vraag is echter of ze die verantwoordelijkheid nog waar kunnen maken:

"De formele macht van de instituties van de representatieve democratie dekt de positie in de gehorizontaliseerde samenleving niet meer."

De Raad heeft het dan ook over een legitimiteitscrisis. Het politieke systeem van Nederland sluit niet meer aan op de realiteit van de samenleving (lees ook De machteloze staat van Joop Hazenberg hierover). Dat zijn grote woorden, maar in de rest van het rapport wordt die vraag maar in beperkte mate opgepakt. De vraagstelling van het rapport is namelijk:

"In hoeverre kunnen sociale media een bijdrage leveren aan het dichten van ‘de andere kloof’ door het verticale bestuur en de gehorizontaliseerde publieke ruimte met elkaar te verbinden?"

Daar ligt dan ook mijn belangrijkste kritiek op dit rapport. Het is een onderzoek geworden naar wat politici en bestuurders met sociale media kunnen, niet naar de verandering in de samenleving door horizontalisering en hoe politiek en overheid daarop moeten reageren. Door naar de middelen te kijken en niet naar het grotere plaatje van de netwerksamenleving bevestigt de Rob eigenlijk het door zichzelf geformuleerde probleem.

 

Adviezen voor politici

De Raad komt binnen die context van sociale media en politiek vervolgens met een viertal adviezen, met name voor landelijke politici en politieke partijen. Op basis van de participatieladder van het Instituut voor Publiek en Politiek heeft de Raad daartoe vier terreinen van participatie benoemd:

  • Informeren
  • Consulteren en adviseren
  • Co-creëren en meebeslissen
  • Zelfsturing

Op elk van die niveaus kunnen sociale media worden ingezet als middel om aansluiting te zoeken bij de netwerksamenleving:

"De Raad voor het openbaar bestuur constateert dat voor politici, politieke partijen en ministeries in sociale media grote kansen liggen besloten. Zij kunnen – meer dan zij nu doen – de interactiviteit en mobilisatiekracht van sociale media inzetten om de verbinding te zoeken met de gehorizontaliseerde publieke ruimte."

Daarom is het eerste advies van de Raad aan elke politieke partij om actief aan de slag te gaan met sociale media ("Gewoon doen!"). Ten tweede wil de Raad dat er meer wordt gedaan om vormen van directe democratie in te voeren (zonder verder aan te geven wat dit praktisch inhoudt en welke rol sociale media daarbij kunnen vervullen) en ten derde dat informatie beschikbaar, toegankelijk en vindbaar is:

"We moeten investeren in de mediawijsheid van gebruikers, zodat zij ook in de nieuwe context als volwaardige citoyen kunnen bijdragen aan de democratische gemeenschap."

Deze drie adviezen spreken voor zich en beperken zich tot de inzet van sociale media in de politiek. De uitwerking daarvan is in het rapport na te slaan. Van de vier adviezen was er één die nadrukkelijk de brug legt naar de netwerksamenleving. Daar ga ik nu verder op in.

 

"Wees een knooppunt!"

In een netwerksamenleving worden hiërarchische aansturingsrelaties vervangen door samenwerkverbanden in horizontale netwerken. Dat gebeurt niet alleen op internet, maar is op allerlei terreinen zichtbaar. Sociale media versterken deze transitie. Online en offline ontstaan nieuwe knooppunten waar mensen rond thema's met elkaar in gesprek gaan en waar oplossend vermogen kan ontstaan. 

In die 'knooppuntdemocratie' moeten politieke partijen volgens de Rob actief zijn om aansluiting te vinden bij bewegingen in de maatschappij en daarin een nieuwe rol te vinden. Het vierde (in hun telling het tweede) advies van de Raad luidt dan ook:

"Politieke partijen kunnen in onze netwerksamenleving enkele knooppunten binnen dat netwerk gaan bezetten."

Daarin gaat de Raad echter verder dan alleen het inzetten van sociale media door politieke partijen en het meediscussiëren door politici in online fora. De Raad realiseert zich dat aansluiting bij de netwerksamenleving vraagt van politieke partijen om zelf ook te veranderen:

"Zet netwerken op van mensen die misschien niet lid willen zijn, maar zich wel verbonden voelen met de partij."

Dat betekent nogal wat. Een politieke partij die actief wil zijn in de netwerksamenleving moet blijkbaar loskomen van haar leden en verbinding zoeken op de thema's waar ze voor staat:

"In plaats van formele partijlidmaatschappen waarbij leden een vast bedrag per jaar betalen om een ledenblad te ontvangen en stemrecht binnen die partij te hebben, kunnen partijen de knooppunten in de netwerken opzoeken en mensen op thema’s of voor speciale acties en evenementen aan zich binden."

Deze stellingname gaat aanzienlijk verder dan de inzet van sociale media, maar laat de impact zien van de netwerksamenleving op de bestaande structuren van ons politieke bestel (zie ook mijn opiniestuk over de FNV). In de oproep van de Raad om meer een knooppunt te zijn, schuilt impliciet de oproep om minder een ledenpartij te zijn. De balans tussen die twee werelden moet opnieuw gevonden worden.

 

Conclusie en kritiek

De Raad voor het Openbaar Bestuur constateert in dit rapport dat de samenleving fundamenteel veranderd is en dat politiek en overheid daar onvoldoende op aansluiten. Naar aanleiding daarvan komt de Raad met enkele adviezen over de inzet van sociale media. Die adviezen zijn nuttig, maar er wordt nauwelijks voorbij de sociale media en naar die fundamentele verandering zelf gekeken.

Op drie plaatsen in het rapport krijgen we een doorkijkje naar de toekomst, maar zonder daar een visie of zelfs maar een vraagstelling van de Raad aan wordt toegevoegd. Dit zijn echter de fundamentele vragen waar we een antwoord op moeten zoeken:

  • legitimiteitscrisis: als het politieke systeem niet meer aansluit op de realiteit van de netwerksamenleving, wat betekent dat voor onze democratie en ons bestuur?
  • directe democratie: welke mogelijkheden zijn er dan om besluitvorming en representatie te organiseren op een manier die past in een netwerksamenleving?
  • politieke partijen: hoe verandert de rol van politieke partijen vervolgens en wat is dan het verschil met netwerken en belangengroepen?

 

Het kenmerk van een netwerk is dat iedereen er in meedoet (of kan doen). In een netwerksamenleving heeft dat kenmerk een enorm effect op hoe de politiek werkt en hoe het land wordt bestuurd. De Raad voor het Openbaar Bestuur maakt in dit rapport duidelijk dat het de perfect storm aan ziet komen. Maar hoe de wereld er daarna uit ziet en wat we daar nu voor moeten doen, dat is nog een brug te ver.

De vraag hoe onze democratie 2.0 eruit gaat zien blijft nog op tafel liggen dus. Wat zijn jouw ideeën daarover?

 

Weergaven: 1150

Opmerking

Je moet lid zijn van Ambtenaar 2.0 om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van Ambtenaar 2.0

Reactie van Jos Smolders op 18 April 2012 op 16.49

Ik denk dat het belang van politiek en overheid bij burgers nooit zo heel groot was (als de politiek en overheid dachten), maar dat dat vooral naar voren is gekomen nu middelen van meningsuiting en -deling en ideeënverzameling zo gedemocratiseerd zijn. De rolverdeling is niet zozeer veranderd als wel in de schijnwerpers komen staan. En daarmee is het 'probleem' pregnanter geworden. Dat is even een reality check voor politici en ik ben zeer benieuwd wie in staat is hiermee 'te dealen'. In mijn bange momenten denk ik dat ze er niet mee dealen. Dan keert de wal het schip en zien we in de G500 een eerste creatieve geste vanuit de samenleving. Interessant ook om te zien hoe de pers en politiek hier op reageren. Hun reactie geeft aan dat er een zenuw geraakt is, en dat is alleen maar goed.

De conclusie dat de maatschappij is veranderd vind ik fantastisch, zelfs hilarisch en een bewijs van een gebrek aan zelfinzicht.

Een oplossing á la het Spaanse dorp is hier nog ver weg. Het Spaanse politieke stelsel is enorm verschillend van dat van ons, ondanks dat Spanje een West-Europees land is.

Wat is dat 'the Perfect Storm'? Is dat de grote Kladderatsch? Een revolutie?

Reactie van Marc Verschuren op 12 April 2012 op 16.43

Ik vind het rapport vooral een goede momentopname. Er wordt inderdaad geen oplossing gegeven over hoe de democratie 2.0 eruit zou kunnen zien en dat vind ik terecht. Laten we eerst maar eens de nieuwe instrumenten meer gaan gebruiken en de potentie ervan verder ontwikkelen. In de loop van dat traject moeten we kijken welke richting we opgaan. Ik ben bij dit soort processen voorstander van de "trial and error" benadering boven het volgen van  een uitgewerkte route- en doel beschrijving. Zoals de ROB zegt, gewoon doen!

Reactie van Dennis Ringersma op 10 April 2012 op 16.13

Da's toevallig! Post net m'n blog (dat ik zonder weet van dit artikel had geschreven) met een aanvullende inslag... (http://ambtenaar20.ning.com/profiles/blogs/twitter-helpt-de-verkiez...). Ben erg benieuwd naar Davied's belevenissen a.s. woensdag, ongetwijfeld gaat hij ons op de hoogte houden!

Reactie van Jan Bleumer op 10 April 2012 op 12.00

In aanvulling op de reactie van Ad Gerrits: Ook de Deo (digital engagement officer) uit het rapport kan meteen op de taboelijst. Veel politici gebruiken social media nog niet en beheersen niet of onvoldoende de elementaire voorwaarden voor het politieke handwerk: debatteren, spreken in het openbaar, een goede pen. Fracties bepalen zelf in hoeverre zij hierin investeren. Ik kan me voorstellen dat je juist jonge talenten kunt binnenhalen als je een interessant programma aanbiedt om vaardigheden te leren, die in het huidige onderwijs te weinig aan bod komen, maar voor starters op de arbeidsmarkt bijvoorbeeld erg belangrijk zijn voor het vergroten van de carrièrekansen. Dat kun je als politieke partij organiseren, maar zelfs als gemeenteraad kun je zo'n programma opzetten. Laten we daarmee maar eens beginnen. 

Reactie van André Leinarts; Oegstgeest op 10 April 2012 op 10.55

Drie fundamentele vragen, met elkaar samenhangend........En on topic blijven door ze te beschouwen vanuit c.q. met social media gebruik.

Eerst even zonder social media proberen. politiek en besluitvorming dienen legitiem, direct en vertegenwoordigend te zijn. Volgens de drie vragen dan. Binnen de premisse van een netwerksamenleving.

Ik ben er nog niet van overtuigd dat die netwerksamenleving er is, in de zin van representatief en breed. De perfect storm is er niet, ook niet in aantocht. Veel mensen doen niet mee, of doen mee in eigen, vertrouwde sociale verbanden en op onderwerpen die ze anders ook bespreken en beleven met gelijkgestemden. Maar goed, anderen hebben het onderzocht, van groter statuur dan ik, dus is het zo.

De legitimiteit is denk ik niet in het geding door horizontalisering. Die horizontalisering was er al. De legitimiteit is eerder in het geding door verticalisering en gebrekkige deelname aan horizontalisering van politiek. Andersom dus. Je hoeft ook niet opnieuw besluitvorming en representatie te organiseren, passend bij een (horizontaal georiënteerde)netwerksamenleving. De methoden en technieken zijn er al. Getrapt en direct. Het gaat mijns inziens eerder over het steeds minder toepassen van al bestaande methoden en technieken rondom die besluitvorming.

En nu met social media:

Prima en uitstekend hulpmiddel voor betrokkenheid, sociale interactie, agendering, organiseren,etc. net als buurtverenigingen, lokale partijen, landelijke manifestaties, politieke partijen en zo verder. Super instrument door instant landelijk bereik rondom een thema. Niet te negeren, niet meer weg te denken. Maar,,,het maakt een onderwerp niet vanzelf sexy, leuk of interessant.

Echt brede betrokkenheid vereist meer. Als je dat ook echt wilt.

mooi voorbeeld van hoe het ook kan is mondragon een dorpje in Spanje dat als een cooperatie functioneert. Via de link kom je bij een aflevering van Tegenlicht van de VPRO. Interessant in deze discussie omdat je goed kunt kijken naar de sociale interacties, de betrokkenheid en de motivaties daarachter. Die zijn interessant ten aanzien van besluitvorming, legitimiteit, organisatie en partijpolitiek. Bovendien een voorbeeld waarin alle niveaus van de samenleving actief mee doen. Dit is overigens geen pleidooi voor het invoeren van dezelfde organisatiegraad. Het gaat om het beschouwen van de motivaties en interacties en waar die toe leiden.

Analyse van het probleem mijns inziens: verticalisering van politiek en rijksoverheid in combinatie met 'enclavisering' (jezelf opsluiten in de eigen wereld) van politiek.

Analyse van oplossingsrichting: politiek moet, ouderwets, weer horizontaal contact zoeken. Gelukkig zijn er nu social media en hoeven ze dus de enclave niet eens te verlaten om snel en goed contact te hebben, te organiseren e.d.

Reactie van Davied op 9 April 2012 op 22.53

@Joost Ja, heb ik gekeken. Sywert praatte er zoveel over dag ik moeilijk niet kon kijken ;-)

Ik weet niet of G500 de oplossing is, maar wel grappig om het verschillende taalgebruik te horen van de generaties die aan tafel zaten. Niet iedereen begrijpt vernetwerking op dezelfde manier.

@Ad Over taal en woorden, zie hierboven ;-)

Niemand kan inderdaad in de toekomst kijken, maar drie punten agenderen en vervolgens geen aandacht geven is weer het andere uiterste ...

Reactie van Joost van Kempen op 9 April 2012 op 22.14

Afgelopen zondag in Buitenhof een aardige discussie over 'de andere kloof' met verschillende generaties politieke activisten: http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1247921

Reactie van Ad Gerrits op 9 April 2012 op 19.32

Ik denk dat niemand echt weet hoe de wereld er na de 'perfect storm' uit gaat zien en wat we daar nu precies voor moeten doen. Het advies om social media en participatieladders aandacht te geven lijken me een zinvol, maar inderdaad wel mager, advies. Los van de inhoud nog de tip om woorden als 'horizontalisering' en 'citoyen' op de taboelijst te plaatsen.

© 2018   Gemaakt door Dirk Jan van der Wal.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden